donderdag 28 juni 2012

Appeltaart

 Blije gezichten aan de ontbijttafel

Vanmorgen “was het weer zo ver”. Ons ontbijt vindt plaats tussen 08:30 (koffie vanaf 08:00) en 10:00. We hopen ook altijd dat onze gasten niet later aanschuiven dan 10:00 uur. Anders duurt het ontbijt de hele ochtend en je stuurt je gasten natuurlijk niet weg!
Het terras van de groene kamer, Oliveira, kijkt uit over zwembad en ontbijt terras. Rond 09:45 misten we nog twee gasten aan de ontbijttafel. Heel voorzichtig gaat een gordijn open….. een slaperig hoofd kijkt over de balustrade naar beneden….. alléén voor appeltaart komen we er uit.

Appeltaart van Cas al Cubo
Onze huisgemaakte appeltaart heeft een geschiedenis. Die begint in een bus met een reisgezelschap dat vakantie vierend door Maleisië trekt. Wij zitten in die bus en daar ontmoeten we een ontzettend gezellig stel uit het pittoreske dorp Oud-Beijerland. Het zijn echte gangmakers met een geweldige humor en het klikt; we hebben 2 weken grote lol en we verwachten, zoals dat gaat in het leven, dat we ze daarna nooit meer zullen zien. Dit blijken echter bijzondere mensen en we houden contact.  Ook als wij emigreren naar Portugal. Zodra ons B&B open is, boeken ze een vakantie bij ons.

Op een zonnige dag (we kennen hier weinig anders) in september van het vorige jaar komen ze aan en, avonturiers die het zijn, duiken ze direct de lokale supermarkt in. Gewapend met boter, appels en ‘het geheime ingrediënt’ komen ze  na een paar uur terug en wij worden verbannen uit de keuken. Verbouwereerd laten we ons wegsturen, niet wetend dat ‘geschiedenis geschreven gaat worden’!  We mompelen nog tegen elkaar ‘jeetje, wat een drukte, ze zijn nèt binnen,  … nou ja, laat maar’.
Daar hebben we tot nu toe geen seconde spijt van gehad. Anderhalf uur later zitten we aan een stuk appeltaart dat het ontbijt van ons B&B onvervalste wereldfaam zal gaan bezorgen…… Misschien is dat wat onbescheiden, maar algemeen onweerstaanbaar is hij zéker!

Zo hadden we een echtpaar uit Noord Holland waarvoor we standaard ’s ochtends een Portugese ‘pastel de nata’ èn een stukje appeltaart reserveerden.  Met een kop koffie in een ligstoel aan het zwembad heel rustig wakker worden. Een ondernemend gezin uit Almere weigerde weer naar huis te gaan zonder het recept. We hebben overigens nog overwogen om ze te houden; het waren ontzettend leuke gasten, maar goed, we zijn toch overstag gegaan en gewapend met een kopie van “ons” recept vlogen zij weer Flevo-waarts.  Het was een uitzondering.


Oh ja, …. We hebben nog twee stukjes in de koelkast vandaag. Om 09:55 zijn onze gasten uit kamer Oliveira toch uit bed gelokt met een stukje appeltaart. ‘Kamer Lavanda’ zit nog aan de koffie en kijkt wat jaloersig op het taartschoteltje….. is er misschien nóg een …. Welja, we zijn op alle eventualiteiten voorbereid. Dus daar gaat het aller, allerlaatste stukje smakelijk naar binnen. We moeten niet vergeten om appels, boter en …. Nee, dat houden we geheim, op het boodschappenlijstje te zetten! Dan kunnen we deze zomer nog veel gasten verblijden met een ontbijtverrassing die de gang naar het strand met minimaal een half uur vertraagt.

donderdag 12 januari 2012

Vieze beestjes


 Dode palmen langs de Middellandse Zee

Het is een triest gezicht. Onze palmen gaan dood. In de dorpen en stadjes om ons heen vallen ze één voor één ten prooi aan een vraatzuchtig kevertje dat zich razendsnel vermeerdert en zich smikkelend een weg baant door het vezelachtige gedeelte binnen de bast van de palm. Zowel in het ei- als in het larven- en popstadium vreet het monster zich een weg door de boom totdat die van binnen helemaal vermalen is tot pulp waarna de kolonie eenvoudig verhuist naar het volgende ‘slachtoffer’. 
Een ten dode opgeschreven palm

Het vervelende is, dat er heel weinig aan te doen is. Naar verwachting zal over tien jaar geen enkele palmensoort in het middellandse zee gebied het vreetmonster overleefd hebben, alle (particuliere) inspanningen ten spijt.
Natuurlijk heeft het sprayen van de palmen met kever-kill-insecticide zin. Er is echter een grote ‘maar’. Namelijk maarrrrr dan moet wel iedereen dat doen. Dus particulieren èn overheden. Daar zijn we dan meteen aangekomen bij de kern van de zaak.

Als “het armste kind” van Europa, heeft Portugal van overheidswege geen geld om onze ‘Red Palm Wheevil’ zoals het mormel heet, aan te pakken. Eén behandeling van een boom kost al snel € 125,00 (en dat in Portugal, waar je voor € 10,00 nog vorstelijk uit eten kunt!) en dat hebben we als overheid niet. Of .. we hebben het dáár niet voor over. Het gevolg is dat vele palmen er zonder kruin triest bij staan, wachtend op de volgende storm die ze met hun vermolmde binnensten niet gaan overleven. We kunnen alleen maar hopen dat ze van de huizen àf vallen en niet er bovenop!

Het viel ons voor het eerst echt op in het prachtige vissersdorp Fuseta. Je hebt er een klein haventje waar de ‘ferry’ naar de stranden vertrekt, waar de vissers hun bescheiden boten hebben liggen en waar de cafés zomer en winter klandizie hebben. Naast de haven is er een gezellig dorpsplein waar in 2005 nog acht trotse palmen zorgden voor een beetje schaduw voor de pizzeria, de pastelleria en wat typisch Portugese ‘gooi-maar-op-de-BBQ’-restaurants. We zitten er graag een uurtje na een strandwandeling of gewoon na het boodschappen doen, op weg naar huis. Het is er nu een treurig gezicht. Kruinloos staan wat vermolmde stompen te treuren in de schier onophoudelijke zonneschijn. Het pleintje heeft een deel van zijn charme definitief verloren. Hetzelfde geldt voor de kade van Tavira.

De particuliere palmboom-bezitters, Portugezen en ‘immigranten’ tezamen, doen er alles aan om de kleine duivel te weren. Gifmengers doen goede zaken in financieel ten onder gaand Portugal. Dat heeft, zoals al aangegeven, echter alleen zin als ook de overheid dat doet in de ‘gemeentepalmen’ anders vreet het monster zich rustig klem in boom twee, als boom één te dodelijk wordt. Onze overheid heeft geen geld, dus dat gebeurt niet. 

Voor de toekomst van alle palmen die nu nog niet op het menu staan (dieluzzemenie?) wordt gevreesd. Wanneer ‘de lekkerste’ zijn verorberd, komt de rest aan de beurt en na het decimeren van de palmen populatie vindt het kevertje ongetwijfeld een nieuwe lekkernij. De verwachting is, dat dan de bananenplant, die het hier ook goed doet, het volgende dodelijke slachtoffer zal worden. 

Palm kever


Het is een wat deprimerend vooruitzicht. Wij hebben besloten de twee mini palmpjes die we vorig jaar in onze tuin hebben geplant met veel zorg te laten opgroeien. Over tien jaar, als ze groot zijn, hopen we dat de ‘rode duivel’ heeft besloten dat hij toch liever bananen lust. Die planten we dan gewoon niet. En anders houden we het bij de inheemse Alfarobeira’s!

donderdag 22 december 2011

Tol op de A22

Ofwel: belasting op zijn Portugees

 In Portugal heerst macro- (en micro)economische malaise. We hebben te maken met een begrotingstekort dat alle Europese normen en afspraken overschrijdt, dus onze economische bollebozen krabden zich eens peinzend achter de oren.

Portugezen hebben een ‘broertje dood’ heeft aan belasting betalen. Naar hun mening zie je er in dit land niks van terug, dus waarom zou je bijdragen. Aankopen ‘sem factura’ zijn dan ook mateloos populair. Dat scheelt 23% BTW.

Maar ja, dat begrotingstekort hè, en die lastige trojka. Lissabon zit er wel mee in zijn maag. Hoe krijgen we die dwarse Portugezen aan het betalen? Na veel brainstormen ontstond het briljante plan om de grote snelwegen in Portugal onderhevig te gaan maken aan een tolsysteem.  
Tolpoorten Algarve
In de Algarve betreft het dan de A22, de enige snelweg die we hier hebben en die van oost naar west, van Vila Real de Santo Antonio naar Sagres,  het land doorsnijdt.
Aan die A22, ook wel de Via do Infante, hangt een geschiedenis.

In het pre-A22 tijdperk hadden we hier namelijk sinds mensenheugenis de EN125. Dat is de provinciale kustweg die in de jaren ’90 van de vorige eeuw uitgroeide tot de weg die de twijfelachtige eer ten beurt viel, de gevaarlijkste weg van Europa te zijn met jaarlijks het meeste dodelijke ongelukken. Daar moest iets aan worden gedaan, dus een bedelactie .. oh nee, sorry, Europese lobby, kwam op gang en Europa stortte geld zodat onze A22, betaald dus door de Duitse, Franse, Nederlandse, etc. belastingbetaler, het verkeer in de Algarve een stuk veiliger maakte.

Nu hebben de bollebozen in Lissabon geld nodig en op zoek naar een vermeende melkkoe, werden miljoenen geïnvesteerd in een tolsysteem. De auto wordt gefotografeerd door de poorten waar hij onder door rijdt. De tol “automatisch” middels een transponder (die je overigens wel zelf moet kopen), vermits gekoppeld aan een creditcard afgerekend, dan wel na 48 uur bij een postkantoor voldaan als geen credit card nummer bekend is. Op 8 december jl. ging het systeem in werking. 
Camera's boven de A22 

Portugal zou Portugal niet zijn, als het hele systeem niet binnen een paar weken volledig op zijn gat zou liggen. Want tsja…. Wel lullig dat die transponders helemaal nog niet verkrijgbaar zijn.  Navraag op het postkantoor leert, dat de dames en heren daar het eigenlijk ook niet weten. Wanneer je een auto rijdt met een buitenlandse nummerplaat, kan je niet afrekenen. Bij de Via Verde (de tol organisatie in Portugal) verschilt men per loket van mening over wat verstaan moet worden onder een ‘rit’ en of je onderweg eigenlijk wel mag gaan plassen omdat de afstand vs. tijd tussen de poortjes gemeten wordt. Het is bijna hilarisch.

Voor huurauto’s (die de Algarve in de zomer overstromen) zijn geen voorzieningen getroffen. Een verhuurmaatschappij met 400 auto’s krijgt nu al gemiddeld 100 brieven per dag van de Via Verde met een verzoek om informatie over de bestuurder van de huurauto met het nummerbord ??-00-!! zodat daar een rekening heen kan worden gestuurd.  Dat probleem zal dit jaar en in 2012 niet worden opgelost en autoverhuurmaatschappijen zien het zomerseizoen met afgrijzen tegemoet. 

Transponder
 De Portugezen zelf is een flegmatiek volk. Grote oproer zal hier niet snel ontstaan, maar deze tolmaatregel zorgt toch voor de nodige irritatie. Verschillende tolpoortjes zijn al aan flarden geschoten (we hebben hier veel jagers, dus ook veel geweren) en de diefstal van nummerborden vliegt de pan uit. Crea-bea’s proberen middels zwart tape de nummers op hun “chapa de matrícula” (nummerplaat) te veranderen en dus zet de overheid extra verkeerspolitie in op de A22 om overtreders in de kraag te vatten.

En de praktijk: het is het weer druk op de EN125. Het aantal ongelukken daar neemt weer hand over hand toe. De inwoners van de Algarve hebben bijna unaniem en stilzwijgend besloten de tol niet te accepteren en mijden de A22 als de pest. De hele tol-opbrengst bestaat op dit moment uit auto’s van de verkeerspolitie en er rijdt een enkele buitenlander die de introductie heeft gemist en de borden niet begrijpt en dus ook niet betaalt. We zijn verkeerstechnisch “terug bij af”.


Wat 2012 zal brengen? Niemand kan het echt voorspellen, maar de begroting van onze premier, Paulo Passos Coelho, ziet er prachtig uit en leverde applaus op van Angela Merkel. We ‘mogen’ in de € blijven. En de Algarve? Zij tuft provinciaal voort.

zondag 20 november 2011

Há pedras

Ofwel: met regen blijven we binnen en wat doen we met de tuin!?


Het regent. Dat is een stevige understatement; het komt met bakken uit de lucht. Na ruim 7 maanden heerlijke droogte en nog betere temperaturen, hebben de weergoden besloten dat het een goed idee is om de hemel maar eens open te trekken. En ik moet toegeven, als je de moed hebt om het raam open te doen, hoor je de planten zingen. Ondankbare krengen; ze kregen hartstikke goed water van ons! Voor de goede orde: wij zingen niet. 
Portugese bui

Het is zondagmorgen, 10:59. En we doen lekker een pyjama dag. Natuurlijk smelten ‘twee Hollandse meiden’ niet van een druppie regen, en zelfs niet van een bak water, maar regen doet iets speciaals met ons terrein dat er voor zorgt dat we ons nu nog gruwelend terugtrekken in ons hol.  Wij hebben namelijk ‘rots’.

‘Há pedras aqui’, deelde de verkoper ons mede toen we het terrein kochten. Onze beperkte kennis van de Portugese taal en vooral cultuur (ze zijn hier goed in understatement), deden ons constateren dat het terrein een beetje rotsachtig was. Ja, rotsen zagen we ook zo hier en daar wel liggen. De implicatie van ‘há pedras’ is ons inmiddels volledig duidelijk.
We hebben niet gewoon ‘rotsen’. We wonen op een ondergronds rotsplateau. Dat is natuurlijk lekker stevig als basis voor je huis, maar als het gaat gieten, heeft dat enige gevolgen voor de waterafvoer op het land. Of eigenlijk voor het totale gebrek daaraan.

Ons ondergronds rotsmassief is bedekt met een laag klei-achtige substantie. In de zomer wordt die klei werkelijk steenhard. (Steen is natuurlijk in de basis niets meer dan gebakken klei) en in ons ‘regenseizoen’ verandert hij in een zompige, drijfmodder-achtige massa waar werkelijk niet doorheen te komen is.  Overal vormen zich grote plassen die slechts met heel veel moeite opgenomen worden in de grond. Ongeveer een week na een flink lagedrukgebied kunnen we weer gewoon overal lopen.

Maar ja, het is wel eens nodig om een pomp te controleren of om te zien of een afvoer niet dichtslibt. Dus dan moet je er uit. Dat doen we dan bij voorkeur in shorts en op badslippers. Blote benen en badslippers zijn makkelijk schoon te spuiten (KOUD, dat water nu!).  Dan moet je ze wel aan je voeten houden. De laatste onfortuinlijke tocht van Kathleen, (je moet weten welke klussen je afschuift, nietwaar) leverde aan de rand van het terrein het verlies op van een badslipper in de zompige klei. Hinkelend door de smurrie; want je weet nooit waar je liever niet met je blote voeten in gaat staan;  strompelde ze terug naar het terras. Het was vermakelijk, want ik was ’t niet.  Hoe lang we achteraf ook ‘wroetten’ in de “drijfklei”, slipper was verzwolgen. Zij is ruim twee jaar later terug gevonden toen we geulen groeven voor zomer-irrigatie. Haar ‘zus’ was toen al lang weggegooid. We wonen dus op een plekje dat in de winter verandert in een laag badslipper-verslindende drijfklei. Daar moeten we deze winter een “tuin” van maken. 

Algarviaanse klei
 Dat is meteen de grootste klus die we hebben de komende vier maanden. Ons eigen moeras veranderen in een aantrekkelijk, de Algarve geen geweld aandoend  geheel. Dat betekent dat we geen gras kunnen zaaien. Het zou er prachtig uit zien, maar in onze doorgaans droge Algarve vreet dat zomers water.  We hebben inheemse bomen en planten nodig die weinig water behoeven en decoratief zijn. Een basismateriaal dat onkruid afstoot en het terrein draineert, want onkruid trekt zich nergens iets van aan; dat groeit overal! Er moeten plekjes komen waar gasten zich kunnen vermaken; een pétanque baan en misschien een darts board of een basketbal net. Natuurlijk  hebben we nog steeds een heleboel rotsen om muurtjes, plantenbakken en afscheidingen te maken. De grote vraag is: wat doen we waar? Eerst wachten tot het weer droog is. Dan gaan we weer aan de slag!

woensdag 12 oktober 2011

Gluren bij de buren

Ofwel: kennismaking met “buur-boer”.


Portugezen zijn nieuwsgierig en goedaardig roddelen is een nationale volkssport. Je merkt het pas wanneer de vrouw van de bakkerij 3 kilometer verderop weet dat er op een bepaalde dag wel vijf auto’s geparkeerd stonden op jouw terrein.  Wie zijn die mensen dan allemaal. Je komt niet weg voordat je het allemaal hebt uitgelegd. Jij hebt geen idee wie al je buren zijn, maar van jou weten ze álles!

Relaties zijn hier belangrijk. Hier in de ‘campo’ ken je je buren niet zomaar. Het zijn vaak gewone middenstanders met een baan of klein bedrijfje, die verspreid over ‘het platteland’ stukjes familiegrond hebben liggen dat ze op gezette tijden onderhouden. Als je je ‘buur’ wilt kennen, moet je dat onderhoud maar net in de gaten hebben en vervolgens “het ijzer smeden als het heet is”. Want een goede buur is altijd beter dan een verre vriend!

Vanmorgen werden we wakker en om een uur of zeven, de zon was net op, viel ons een vreemd tikkend geluid op. Het kwam van buiten maar we konden het niet thuisbrengen. Uit inspectie van de omliggende landerijen bleek dat een grote groep mannen met stokken in de Alfarroba- ofwel Johannesbroodbomen aan het slaan was. De Alfarroba peulen oogst is kennelijk begonnen. Voor nieuwelingen in dit land zoals wij is dat natuurlijk hartstikke interessant dus gewapend met een camera stortten we ons op de oogstploeg. 

Alfarrobeira-peulen oogsten
Omdat Portugezen zelf oer-nieuwsgierig zijn, vinden ze het helemaal niet erg als je ook hen de hemd van het lijf vraagt. In ons meest krakkemikkige Portugees hebben we zo’n meppende man aangesproken en hem gevraagd waar ze die peulen voor gebruiken, wat het oplevert en waarom ze niet gewoon wachten tot de vruchten vanzelf uit de boom storten. Het zijn harde peulen dus beschadigen zullen ze niet zoals bijvoorbeeld sinaasappels wel doen. Het verhaal is weer verrassend.

De schil van de peulen wordt vooral gebruikt voor veevoer en meel. De pitten gaan naar de farmaceutische industrie. Ze worden uit de bomen gemept omdat, wanneer ze er spontaan uit vallen, de peulen regelmatig worden gestolen. Na 1 september mogen de zigeuners de velden op om de bomen die niet zijn geplukt leeg te halen. Daar wachten de eigenaren van de boomgaarden niet op. De peulen leveren eigenlijk maar een schijntje op. Tussen de € 3,00 en €5,00 per 15 kilo. Ze worden verkocht aan de landbouw cooperativa’s waarvan elk dorp er wel één heeft.

Wij hebben ook Alfarroba’s op het terrein en die hangen ook vol met peulen. Wij gaan ze niet plukken en in het kader van de verbroedering tussen NL en Portugal besloten we in een opwelling om te vragen of buur-boer misschien interesse had in de peulen.

Johannesbrood-peulen
Het gesprek begon wat afstandelijk. Maar toen buur merkte dat hij de peulen gewoon mocht komen plukken klaarde de man volledig op. Hij stelde zich voor als Placido en was verrast door het aanbod. Voor ons bleek de ingeving een schot in de roos. Niet alleen worden de bomen nu een keer onderhouden (anders kunnen ze niet bij de peulen), maar Placido is ook nog eens voorzitter van de plaatselijke jachtvereniging. Als we ooit last hebben van jagers op het terrein (konijnen en patrijzen schieten is heel populair in onze omgeving) die zich misdragen, hebben wij het telefoonnummer van de baas. 
Zakken met peulen, waarde € 4,50


En terwijl ik dit tik, huppelt er een grote man aan het raam voorbij met een lange stok. Daar gaan onze peulen!

Kijk voor meer informatie op: Johannesbroodboom